Bosch, drugsverslaafde junkie en geobsedeerd?

In 1930 werd onder invloed van de psychoanalyse veronderstelt dat Bosch krankzinnig was of dat hij op zijn minst geobsedeerd zou zijn door zonde en schuld.

Zijn droombeelden die hij op het canvas verwerkte hadden zo’n bezwaarlijke invloed op het moraal van de toeschouwer dat hij niet als normaal mens kon worden aanzien.

Later vroeg men zich af Bosch een junkie was, hij leefde tenslotte in de tijd van alchemisten en onbetrouwbare magiërs. De ongebreidelde fantasie van Bosch doet de toeschouwer zich inderdaad afvragen waar hij het allemaal vandaan haalt. Niet alle schilders die aan het eind van de middeleeuwen leefden, hadden immers een dergelijk gruwelijke beeldtaal.

Tegenwoordig gaat men ervan uit dat Bosch vrijwel uitsluitend in opdracht werkte en dat zijn opdrachtgevers uit de burgerlijke elite hun zinnebeelden in de werken van Bosch weerspiegelden.

Veel thema’s uit Bosch’ werk hebben betrekking op elementen waar de gegoede burgerij zich mee bezighield, of waar ze zich net aan stoorde, zoals ontucht, wellust en zonde.