Adam en Eva waren naakt en gelukkig in het paradijs. Pas na de corruptie kwam schaamte, kleding, en zweet. De lange broek is een straf.

De slang beweerde dat als zij van de vruchten van die boom zouden eten, zij helemaal niet zouden sterven, maar integendeel hun ogen zouden opengaan, zij als goden zouden zijn en kennis zouden hebben van goed en kwaad.

De vrouw weerstond als eerste de verleiding niet, at van de vrucht, en gaf het fruit ook aan Adam. Zij werden zich op dat moment onmiddellijk bewust van hun naaktheid en gingen zich ervoor schamen. Met vijgenbladeren bedekten zij vervolgens hun geslachtsdelen.

Gods verbod dat de dood aankondigt en menselijke naaktheid, en de slang (Satan) als verleider van de vrouw, markeert het begin van een nieuw verhaal, eindigend met de verdrijving uit de Hof van Eden.

De zonde van Adam en Eva en het daaruit voortvloeiend verlies van de gunst van God en hun plezierig verblijf in het Paradijs staat bekend als de zondeval.