Centraal op het middenpaneel rijdt een bonte stoet wildemannen om een vijver met wellustige vrouwen.

De mannen rijden op dieren, waarmee de Bosch aangeeft dat de mens zich door dierlijke geslachtsdriften laat leiden. Letterlijk, want ze rijden op de rug van paarden, pony’s, zwijnen, buffels, éénhoorns, beren, kamelen, katten en op alles wat hen in vervoering kan brengen. 

De mannen dragen vruchten, eieren, vogels en vissen als lustoffer aan de vrouwen. Geobsedeerd door lust en op zoek naar een sekspartner racen ze non-stop rondjes in een vicieuze cirkel, hun libido lijkt ontembaar. Ze zijn verblind door het verlangen naar een vrouw en de controle volledig kwijt. Iedereen wil de eerste rijden, maar in een cirkel is dit onmogelijk, het is een eeuwig durend tafereel.