De Tuin der Lusten heeft als triptiek de vorm van een altaarstuk maar heeft nooit in een kerk gehangen, daarvoor was het te decadent.

Het was Hendrik III van Nassau die het werk bij Bosch bestelde om op te hangen in zijn paleis op de Kunstberg in Brussel.

We situeren ons rond 1480, in het tijdperk van de perverse spektakelcultuur van het Bourgondisch Hof. 

Hendrik was een flamboyante man die het geloof eerder minachtte, wat merkwaardig was voor een graaf uit het Vlaenderen van die tijd.

Hij leefde vooral in z’n paleis waar een bed stond dat plaats bood aan wel 50 personen.

Met z’n hoog libido verwekte hij meerdere bastaardkinderen bij verschillende maîtresses.

Het waren dus waarschijnlijk de seksistische visioenen van de ondeugende Hendrik die door Bosch werden geïllustreerd in het fameuze drieluik dat voor opwinding en stimulans moest zorgen in de gangen van z’n feesttempel op de hoogste berg van Brussel.

Hendrik was lid van de Orde van het Gulden Vlies en werd daar tot drie keer toe wegens liederlijk gedrag veroordeeld.