Het hoofd van het monster is het zelfportret van Bosch.

Dit vreemde wezen met zijn mensengezicht lijkt voorover te bukken. De schouders gaan over in boomachtige benen met uitstekende takken. De boommens balanceert op twee kleine bootjes waarin een aantal mensen zich schuilhoudt.

In de herberg binnenin de romp tapt een vrouw bier uit een vat. Een kruisboog hangt aan een tak. Een man zit op een reusachtige pad, een duivels teken. Op het hoofd van de boommens prijkt een doedelzak, het instrument van luiheid en gemakzucht. Een kleiner exemplaar siert het vlaggetje op zijn schaalachtige rug. Zijn de klanten van de duivelsherberg wellicht vanwege hun luiheid en drankzucht in de hel gekomen?