In 1347 bereikte de pestepidemie Europa met ongeveer 50 miljoen doden als gevolg.

Het rattenvirus dat zich ontwikkelde in de open riolering van die tijd verspreidde zich snel onder de bevolking en doodde één derde van het aantal Europese inwoners.

Hele dorpen werden weggevaagd. Land kwam braak te liggen omdat er niemand was om het te bewerken. Voor de overlevenden was er niks om te eten. 

De inwoners werd wijsgemaakt dat de pest een straf van God was door hun onzedig leven. De kerken liepen vol en de bevolking wordt door priesters opgeroepen tot boetedoening.