In de Tuin der Lusten van Bosch bedekken Adam en Eva hun edele delen niet.

Op het linkerpaneel van het drieluik staan Adam en Eva bij God in het aards paradijs. Hier leven ze nog gelukkig, naakt en zonder schaamte. Adam en Eva tonen hun geslachtsdelen openlijk aan het publiek, een doorn in het oog van de clerus, maar Bosch benadrukt hiermee dat zijn scène van het paradijshuwelijk plaatsvindt voor de zondeval.

Het eerste mensenpaar was zich nog niet bewust van goed en kwaad, van zonde en ontucht. Het is de enige onschuldige dialoog tussen een man en een vrouw van het ganse drieluik. In tegenstelling tot het scheppingsverhaal van andere schilders is op het canvas van Bosch géén appelboom noch olijfboom te bespeuren.