Na de ontucht van Adam en Eva jaagde God hen weg uit het aards paradijs.

Nu ze kennis hadden gekregen van goed en van kwaad, verhinderde God dat Adam en Eva nog langer van die boom zouden kunnen eten en daardoor eeuwig zouden kunnen leven.

Aldus deed de dood zijn intrede. En aangezien de mens niet voor altijd meer kon leven, moest hij zichzelf voortplanten. Seks en de verleiding tot seks werd vanaf toen aangenomen als de eerste zonde van de mens en werd vanaf meet af aan een taboe.

Sinds de erfzonde wordt de wereld geplaagd door kwaadaardigheid, zonde, lijden, ziekte en dood.

De onzedige daad van Adam en Eva heeft ertoe geleid dat elk mens geboren wordt met een zondige natuur, een natuurlijke neiging om te zondigen met wellust, decadentie en ontucht als gevolg.